Het leed wat auto genoemd wordt

Het leed dat auto heet

De garage en ik zijn goede vrienden. Nee, ik zeg het verkeerd. De garage en het groene monster, het koekblik, mijn Renault Clio uit 2000, díe zijn goede vrienden. Mijn Clio is namelijk zo eigengereid dat, wanneer hij er te lang niet is geweest, hij er zelf wel voor zorgt dat het contact niet verwatert.

De jaarlijkse APK

Vandaag is het anders. Een soort van feestelijk weerzien, de jaarlijkse apk. En met het verstrijken der jaren zie ik, de trotse bezitster, er steeds meer tegen op. Het is niet alleen een APK, nee ook de jaarlijkse beurt is in aantocht. Dit keer een grote. En ik zie hem, mijn auto, al glimmen van plezier: buiten- én binnenkant worden grondig geïnspecteerd, bevoeld, eventueel vernieuwd en misschien krijgt hij nog wel een aai over zijn bumper wanneer de klus geklaard is. Zeg zelf, wat is nu nog lekkerder voor een auto?

Koukleumen in de ochtend?

Kwart over acht, nu weet ik weer waarom het in de winter zo fijn is om vanuit huis te werken. Ik hoor niet bij het gepeupel wat 's ochtends aan de straat staat te kleumen om toch een beetje zicht in hun bolide te krijgen. Nee, mijn luxaflex gaat van dicht naar open, ik zet mijn pc aan, verschuif mijn stoel, de wereld ligt aan mijn voeten en ik ga aan het werk. En als het moet, dan zelfs in pyjama. Zo simpel kan het zijn.

Toch een win-win situatie

Maar niet wanneer er een date met de garage in je agenda staat.
Ijs op een autoruit haalt toch slechte trekjes naar boven. Ik weet het en ik schaam me. Niet. De blower is er om een ruit te verwarmen. Grote plus bij een bevroren voorruit. En ja, hiervoor heb je een draaiende motor nodig. Ik mag dat. Die enkele keer per jaar dat ik op dit onmenselijk koude tijdstip de deur uit moet. Echt. Aan de andere kant weiger ik de leenauto bij de garage en ga met de benenwagen weer terug. Ik vind dat een win-win situatie.

De aftakeling doet zijn werk

Na een werkdag waarin Blue Monday centraal staat, bel ik om vijf uur de garage. Op zich een goed teken want wanneer de garage mij voor die tijd belt, is er meestal stront aan de knikker. Blijheid was tevergeefs, door drukte was men vergeten 'even' te bellen. Zoals met het schrijden der tijd sloeg ook bij mij clio de aftakeling toe. Slijtage in toch wel heel essentiële onderdelen. Bij het vervangen hiervan werd de schade alleen maar groter en braken er schroeven stuk voor stuk af. Hij zegt het, ik geloof het direct.

Auto-onderhoud? Is dat nodig?

Op sommige momenten is technische kennis best aanwezig maar van een auto? Schiet mij maar lek. Ruitenwisservloeistof bijvullen, olie peilen, zoon lief aankijken of verleidelijk met de wimpertjes naar – bij voorkeur mannelijke - voorbijgangers knipperen. Dat is het onderhoud van mijn auto. Meer niet. En meer zal het ook nooit worden. Nooit!

En dan? Een andere auto?

Na een pijnlijke betaling laat ik terloops de woorden 'andere auto' vallen en de garageman veert op. Je ziet nog net niet de eurotekens in zijn ogen oplichten en direct word ik door de showroom geleid. Hij kwijlend bij de gedachte aan nog meer omzet, ik kwijlend bij al het moois wat ik toch niet kan betalen. Het budget wordt snel duidelijk en mijn wensen zijn helder: een auto, zelfde formaat, betrouwbaar, niet merk- of kleurgevoelig. Draai de sleutel om en hij doet het. Zo iets dus.

Oneindige liefde!?

De zeven jaar jongere Mitsubishi Colt had voor een definitief afscheid kunnen zorgen van mijn autootje. Had hè. Maar na drie keer achter mijn oren krabbelen lijkt de liefde voor mijn Clio nog onoverwinnelijk. Nog wel. Maar voor hoe lang?

 

* Dit heeft op 20 januari 2015 gespeeld en is met enige vertraging online gekomen ;-)